085-0668825 (dagelijks 8.00 - 22.00u)

 

Dat de rechter na de invordering en inhouding van het rijbewijs ook rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene blijkt maar weer uit een uitspraak van de rechtbank Utrecht, van 10 oktober 2011, LJN: BT9012.

Een bestuurder had reed 58 km/u te hard en werd daarvoor door de politie staande gehouden. Hij moest onmiddellijk zijn rijbewijs inleveren. De Officier van Justitie besloot het rijbewijs voor 6 maanden in te houden, mede omdat de man al eerder een forse snelheidsovertreding had begaan.

Tegen die beslissing diende de man een klaagschrift in. Hij gaf aan dat hij voor het voorzien in zijn levensbehoeften afhankelijk was van zijn rijbewijs en dat hij lichamelijke beperkingen had.

En dat werkte. De rechter verklaarde het bezwaarschrift gegrond, en overwoog daarbij:

"Maatstaf bij de beoordeling van het onderhavige klaagschrift is allereerst of in dit geval het rijbewijs terecht is ingevorderd en ingehouden, voorts of het voortduren van de inhouding terecht is.

Het rijbewijs van klager is naar het oordeel van de rechtbank gelet op het bepaalde in artikel 164 WVW op goede gronden ingevorderd, nu moet worden aangenomen dat hij de maximumsnelheid heeft overschreden met 50 kilometer per uur of meer, namelijk met 58 kilometer per uur waar een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur gold.

Vervolgens heeft de officier gelet op het bepaalde in lid 4 van artikel 164 WVW op goede gronden het rijbewijs ingehouden nu ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat klager zich opnieuw zal schuldig maken aan ernstig gevaarlijk verkeersgedrag, gelet op het feit dat hij al eerder is aangehouden wegens het overschrijden van de maximumsnelheid.

De rechtbank is echter van oordeel dat ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat aan klager in geval van veroordeling geen langere onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen zal worden opgelegd, dan voor de duur van 2 maanden. Daarbij is van belang dat klager voor het voorzien in zijn levensbehoeften zijn rijbewijs nodig heeft. Klager heeft namelijk lichamelijke beperkingen.

Het klaagschrift zal dan ook gegrond worden verklaard in zoverre, dat teruggave van het rijbewijs wordt gelast met ingang van het moment waarop het rijbewijs 2 maanden ingevorderd/ingehouden is geweest, tenzij de behandeling van de strafzaak met bovenvermeld parketnummer dan zal zijn aangevangen en daarin ook ten aanzien van het rijbewijs zal zijn beslist."

De man kreeg zijn rijbewijs direct terug. Het indienen van een klaagschrift tegen de inhouding van het rijbewijs kan dus succes hebben, zelfs wanneer het niet om de eerste keer gaat, mits het klaagschrift goed wordt gemotiveerd en onderbouwd.